woensdag 25 februari 2009

Biografie

Biografie

De Nederlandse kunstenaar Pieter Cornelis Mondriaan leefde van 1872 tot 1944. Hij werd op 7 maart 1872 als tweede kind van een hoofdonderwijzer in Amersfoort geboren. Zoals alle kunstenaars ontdekte Mondriaan al op relatief vroege leeftijd dat hij bijzonder veel talent in het schilderen had. Zijn vader Pieter Cornelis was een goede en enthousiaste tekenaar, maar hij kreeg zijn eerste schilderlessen van zijn oom Frits Mondriaan, die schilder van beroep was.

In 1880 verhuisde Pieter en zijn familie naar Winterswijk. Daar behaalde hij in 1889 de tekenakte LO en in 1892 de tekenakte MO, hiermee kon hij tekenles geven op lagere scholen.
In 1892 mocht hij na het behalen van een ander diploma ook officieel les geven in de middelbare scholen.
Hij beschikte nu over wat financiële middelen en ging ten goede van zijn carrière, avondlessen volgen aan de Rijksacademie in Amsterdam. Daar schilderde hij volgens het impressionisme (een kunststroming die toen volop de mode was en die haar wortels heeft in Frankrijk, bij meesters als Monet, Manet, Renoir,…). Ook maakte hij schilderijen na uit musea voor particulieren en schoolplaten voor de Universiteit van Leiden. Van koningin Emma kreeg hij een studiebeurs, waarmee hij de eerste 2 jaar van zijn studie kon betalen. Hij woonde destijds in bij een vriend van zijn vader.

Na 1897 kwam Piet Mondriaan tot een meer persoonlijke stijl. Er was een duidelijke ontwikkeling zichtbaar. Hij raakte geïnteresseerd in het werk van de divisionisten. Vooral de schilderijen die hij in Zeeland heeft gemaakt, laten die zien.
Na vijf jaar studie schilderde en tekende hij rondom Amsterdam. Zo heeft hij het schilderij Langs de Amstel gemaakt.

Van 1901 tot 1908 schilderde hij op verschillende plaatsen. Begin 1904 ging Mondriaan in Uden wonen. Hier schilderde hij o.a. het schilderij 'De molen'.
In 1908 verhuisde hij naar Loverendale, waar hij zich liet inspireren door het Zeeuwse landschap en de plaatselijke dorpjes. Het Nederlandse landschap werd hier door mondriaan met passie vast gelegd op doek.
Mondriaan ging weer in Amsterdam wonen en ging steeds meer over tot abstractie. In 1909 sloot hij zich aan bij de Theosophische Vereniging (een schildersgenootschap). Deze stap zou later een grote rol spelen bij de ontwikkeling van zijn schilderijen.

In 1911 kwam hij in het bestuur terecht van de ‘Moderne kunstkring van Amsterdam’. Toen er dat zelfde jaar een tentoonstelling over de Franse kubistische en abstracte schilderkunst werd gehouden, raakte Mondriaan heel sterk onder de indruk.
Hij vertoefde zich voor een paar dagen in Parijs om de Moderne kunstkring te bekijken. Daar kreeg hij ook de speciale kans om mee te doen aan internationale tentoonstellingen. Hij stelde zijn eerste schilderij ten toon. Hij kreeg positieve en veel lovende kritieken!

In Parijs maakte hij kennis met kubisme van Henri le Fauconnier, Ferdinand Léger en Gino Severini, die allemaal zo'n soort schilder stijl hadden.
Hij vertrok voor 3 jaar naar Parijs. In Parijs exposeerde hij 3 natuurgezichten, waarvan 2 met een kubistische ondertoon (Naakt en Landschap met bomen).

Weer in Nederland ontstonden zijn eerste abstracte en geometrische schilderijen.Ook maakte Mondriaan kennis met de werken van Georges Seurat (1859-1891), die de nadruk legde op de compositie en gebruik maakte van de primaire kleuren: rood, geel en blauw. Hier ontdekte Mondriaan zijn eigen verborgen mogelijkheden. Zijn schilderijen werden kubistische abstracties.

Na enige tijd verdwenen de gebogen lijnen en de willekeurige hoeken uit de compositie. Ze maakten plaats voor horizontale en verticale lijnen, terwijl zijn felle fauvistische kleuren overgingen in drie kleuren roze, lichtblauw en oker. Mondriaan ging met zijn vereenvoudiging en verstrakking steeds verder en stond tenslotte helemaal buiten het kubisme. Naar neoplasticisme.

In 1914 ging hij weer terug naar Nederland om zijn ernstig zieke vader te bezoeken. Door het uitbreken van de eerste wereldoorlog kon Mondriaan niet meer naar Parijs terugkeren.
Hij huisvestte zich in Laren en Blaricum. Daar ontmoette hij in 1915 Theo van Doesburg en Bart van der Leck, later ook Vilmos Huszár. Hij zocht nog leden zocht voor zijn kunstgroep ‘de Stijl’. Een jaar later sloot Mondriaan zich daarbij aan. Hij kreeg zijn eigen rubriek (genaamd ‘De nieuwe beeldende schilderkunst’) in het tijdschrift ‘de stijl’ waar hij zijn nieuwe opvattingen en ideeën probeerde aan de wereld bekend te maken. Dit was een schilderstijl waarin alleen de kleuren rood, blauw en geel en de niet kleuren zwart, wit en grijs gebruikt werden. Alle andere kleuren werden verbannen. De composities werden op intuïtie, maar harmonieus en op afgewogen wijze samengesteld.

Na de Eerste Wereldoorlog (juni 1919) vertrok Piet Mondriaan weer naar Parijs, waar hij tot 1938 bleef. Hij verhuist voor 2 jaar naar de Rue des Coulmiers. In 1921 keert hij weer terug naar de Rue du Départ 26, zijn oude atelier. Hij blijft daar wonen tot 1936. Daar maakt hij vrienden in hogere kringen. Deze contacten zorgde voor meer interviews en exposities. Omdat hij niet kon leven van de verkoop van zijn abstracte schilderijen, deze waren te vernieuwend, maakte hij ook wat schilderijen van speciale bloemsoorten of portretten in opdracht uit Nederland.

In 1938 vlucht Mondriaan door de oorlogsdreiging, naar London. Daar trek hij in bij een vriend Ben Nicholson.
Hij reisde nog af en toe eens naar zijn moederland, bijvoorbeeld in 1922, toen er voor zijn 50ste verjaardag een overzichtstentoonstelling over hem werd gehouden.
Nog geregeld reisde Mondriaan af naar Nederland. Zo ook in 1922. In dat jaar kreeg hij met zijn goede vriend Theo van Doesburg een meningsverschil over het experimenteren met diagonale lijnen en met groen, wat Theo nog regelmatig deed. Mondriaan vond dit tegen de principes van ‘de stijl’. Niet veel later had hij ‘de stijl’ verlaten, en werd deze ook opgedoekt.
Het werd weer goed gepraat toen Theo van Doesburg en Mondriaan elkaar per toeval ontmoetten.Piet Mondriaan sloot zich nu aan bij ‘Abstraction-Creation’. Dit is de groep die door Theo van Doesburg werd opgericht nadat hij 'de stijl' verliet in 1925.

De invasie van Nederland in 1940 en de inneming van Parijs had zo'n impact op Pieter Mondriaan dat hij stopte met schilderen en naar Amerika vertrok. Daar werd hij direct opgenomen in de hogere kringen van de kunstwereld in New York.

Op 1 februari 1944 stierf Pieter Cornelis (Piet) Mondriaan op 72 jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking. Hij is begraven op Cypress Hill Cemetery in New York. Met 'Victory Boogie Woogie' was hij op dat moment nog bezig.